1. Wat zijn aminozuren?

Aminozuren bestaan uit moleculen die samen eiwitten vormen in ons lichaam. Aminozuren en eiwitten zijn de bouwstenen van lichaam en daarmee een erg belangrijk onderdeel van het lichaam

Wanneer eiwitten worden afgebroken of verteerd door het lichaam, blijven alleen aminozuren over. Wanneer eiwitten worden verteerd of afgebroken, blijven aminozuren over.

Aminozuren hebben hele diverse functies in het lichaam. Over al deze functies kun je lezen op onze website.

Proteinogene aminozuren worden ingedeeld in drie groepen:

  • Essentiële aminozuren
  • Niet-essentiële aminozuren
  • Voorwaardelijke aminozuren

2. Waarom zijn aminozuren zo belangrijk?

Zonder deze zuren zou het menselijk lichaam niet kunnen bestaan zoals wij het kennen.

Ze zorgen er onder meer voor dat je lichaam en je hersenen op een normale manier kunnen functioneren. Je zou niet kunnen zijn wie je nu bent zonder het bestaan van aminozuren.

Het worden ook wel de bouwstenen van het menselijk lichaam genoemd en ze zijn betrokken bij talloze processen in het lichaam.

Aminozuren


Zo breken deze zuren voedsel af, ondersteunen ze onze stofwisseling en ons immuunsysteem, zijn ze betrokken bij een normale werking van onze spieren, maar ondersteunen ze hier ook groei en herstel.

Met het juiste gebruik van aminozuren kun je dus sommige sportieve of mentale processen ondersteunen.

Andere voorbeelden van deze processen zijn zijn: L-arginine (cardiovasculaire gezondheid), L-methionine (gezondheid van haar en gewrichten) en L-glutathion (huidverzorging).

Om te weten welke amino’s je voor welk doel kunt gebruiken, kun je op deze site (in de menu’s) per aminozuur zien welke functie het zuur heeft en welk doel het vervult in je lichaam.

2.1 D- en L structuren van amino’s

Dikwijls zul je tegenkomen dat amino’s ergens staan beschreven, maar dan met een ”L-” voor hun naam. Dit komt doordat amino’s een D of L structuur hebben.

Echter wordt alleen de L structuur door het lichaam herkent en dus gebruikt.

Daarom kiezen sommige websites of andere informatiebronnen ervoor om een L- voor de naam te zetten.

3. Essentiële-, semi-essentiële- en niet-essentiële aminozuren

Aminozuren zijn er in essentiële-, semi-essentiële en niet-essentiële aminozuren. Dit onderscheid is gemaakt omdat het lichaam essentiële aminozuren niet aanmaakt en deze hierdoor essentieel zijn om te verkrijgen uit voeding.

Semi-essentiële aminozuren worden deels door het lichaam aangemaakt. Zo is er bijvoorbeeld het aminozuur arginine dat essentieel is tijdens de kindertijd maar wanneer iemand volwassen is maakt het lichaam dit aminozuur wel in (beperkte mate) aan.

Niet-essentiële aminozuren worden altijd (in beperkte mate) door het lichaam aangemaakt. Dit betekent niet dat je altijd meer dan genoeg van deze aminozuren in je lichaam hebt. Het betekent dat ze er gewoon zijn. Vaak hunkert je lichaam er naar om nog meer van deze zuren binnen te krijgen. Dit heeft volgens onderzoek verschillende gezondheidsvoordelen.

4. Aminozuren tabel

  Niet-essentieel Semi-essentieel Essentieel
1 Alanine Arginine Fenylalanine
2 Asparagine Cysteine Histidine
3 Asparaginezuur Glycine Isoleucine
4 Glutamine Tyrosine Leucine
5 Glutaminezuur   Lysine
6 Proline   Methionine
7 Serine   Threonine
8     Tryptofaan
9     Valine

4.1 Dit zijn proteïnogene aminozuren

Deze groep amino’s, die erg belangrijk zijn voor mensen, wordt geclassificeerd als proteïnogene amino’s. Deze worden zo geclassificeerd omdat proteïnogene amino’s het meest in eiwitrijke voeding voorkomen.

Er zijn twintig biologisch actieve proteïnogene amino’s. Deze zijn verder geclassificeerd in ‘essentieel’, ‘niet-essentieel’ en ‘semi-essentieel’ zoals je hierboven ziet.

Er zijn nog een aantal andere zuren/stoffen/verbindingen die ook vaak geclassificeerd worden als aminozuren, maar waarvan de structuur iets anders is en dus officieel geen aminozuren zijn.

Daarnaast zijn er samenvoegingen van meerdere aminozuren die in het lichaam een eigen stof vormen. Deze noemen wij op onze website formules.

De categorieën zullen we hieronder toelichten.

4.2 Belangrijke verwante stoffen

Deze zuren/stoffen/verbindingen hebben op onze website een apart menu gekregen onder de titel “verwante stoffen”. Dit zijn stoffen die niet direct gerekend worden tot de 21 proteïnogene aminozuren.

Want ze worden vaak aminozuren genoemd, maar behoren officieel dus niet tot de 20 proteïnogene aminozuren.

Toch hebben ze wel een soortgelijke functie in het lichaam en worden ze soms ook voor dezelfde doeleinden gebruikt als de 20 proteïnogene amino’s. Voorbeelden zijn taurine en carnitine.

4.3 Formules

Samenvoegingen van meerdere aminozuren zijn op onze site geclassificeerd als formules.

Veel van deze formules ontstaan in het lichaam als de benodigde aminozuren er in voldoende mate aanwezig zijn. Voorbeelden van formules zijn bcaa en creatine.

Een voorbeeld van een formule waarin veel aminozuren zitten maar die niet in het lichaam ontstaat is whey protein.

5. In welke voeding zitten veel aminozuren?

Eiwitrijke voeding bezit altijd aminozuren. Het verschilt per voedingsmiddel welke aminozuren erin zit. Zoek je dit voor een specifiek aminozuur? Kijk dan op de betreffende pagina van deze stof. Voor het gemak nemen wij hieronder even essentiële aminozuren als voordeel.

Voedingsmiddelen waarin alle negen essentiële aminozuren in voor komen, worden complete eiwitbronnen genoemd.

Complete eiwitbronnen zijn onder meer:

  • Eieren
  • Zuivelproducten
  • Gevogelte
  • Vlees
  • Zeevruchten

Boekweit, soja, quinoa zijn plantaardige voedingsmiddelen waarin alle alle negen essentiële aminozuren voorkomen.

6. Aminozuren bijwerkingen

Volgens wetenschappelijk onderzoek zijn er bij normale suppletie onder normale omstandigheden in algemene zin geen bijwerkingen.

Per aminozuur is de functie verschillend in het lichaam en de verschillende zuren worden ook op verschillende plekken in het lichaam omgezet van eiwit in aminozuur, hierdoor kunnen eventuele bijwerkingen ook verschillen.

6. Wanneer aminozuren innemen?

Er is hier geen een duidend antwoord op te geven. Het hangt er helemaal vanaf wat je doel is en welk aminozuur je wilt innemen! Om een paar voorbeelden te noemen:

BCAA: vlak voor de training, tijdens de training of vlak na de training

Creatine: elke dag op een vast tijdstip

Whey protein: direct na de training

Tryptofaan: één tot twee uur voor het slapen gaan

Voor andere producten kijk op de desbetreffende pagina!