Wat zijn semi-essentiële aminozuren?

Semi-essentiele aminozuren zijn niet essentieel, omdat het lichaam deze zelf aan kan maken uit andere bouwstoffen.

Toch worden zij soms als essentieel beschouwd: er is aanvulling nodig vanuit de voeding, bij speciale omstandigheden zoals ernstige of langdurige ziekten zoals kanker, stress, intensieve sportbeoefening zoals bodybuilding, of als de voeding tekort schiet.

De behoefte aan deze aminozuren is dan verhoogd en aanvulling vanuit supplementen kan wenselijk zijn of zelfs noodzakelijk. Semi- semi-essentiële aminozuren zijn: arginine, glycine, asparagine, tyrosine en cysteïne.

Over sommige aminozuren, zoals glutamine, is in de praktijk nog onenigheid over in welke categorie deze thuis zou moeten horen. Semi essentieel of niet; elk aminozuur kan onder bepaalde omstandigheden tekortschieten in de voeding, zodat aanvulling uit supplementen overwogen moet worden.

Semi-essentiële aminozuren in voeding

Net als de essenti semi-essentiële aminozuren kunnen we semi-essentieel aminozuren uit de voeding halen en dan met name eiwitrijke voeding: vlees, vis, zuivel, granen, soja en andere peulvruchten, en bepaalde noten en zaden. Maar ook uit bepaalde groenten en tarwekiemen kunnen een bron van semi-essentiële aminozuren zijn.

Semi essentiële aminozuren

De vijf semi-essentiële aminozuren

1. Arginine: Arginine is een aminozuur dat vooral wenselijk is bij hart-en bloedvat problemen, of gezondheidsklachten die hierin hun oorsprong vinden, zoals erectieproblemen. Hoewel arginine een veilig middel is dat geen bijwerkingen kent, wordt wel aangeraden voorzichtig te zijn met arginine, wanneer er in het verleden een hartinfarct is geweest.

2. Asparagine: Asparagine speelt vooral een belangrijke rol bij het ontgiften van het lichaam en het zenuwstelsel. Het is een bouwstof voor chemicaliën die een rol spelen bij de citroenzuurcyclus van het lichaam. De citroenzuurcyclus is een belangrijk onderdeel van de stofwisseling.

3. Cysteïne: Dit aminozuur wordt door het lichaam gemaakt uit het essentiële aminozuur methionine. Een tekort aan cysteine kan dus indirect tot een methionine-tekort leiden. Daarom kan het, bij dreigende tekorten, wenselijk zijn om cysteine aan te vullen vanuit een supplement.

Cysteïne is net als methionine een zwavelhoudend aminozuur. Dit maakt het zeer waardevol voor het lichaam. Cysteïne heeft daarmee tal van gezondheidsvoordelen.

Het is belangrijk voor een goede bescherming van de lever, het draagt bij aan een goed functionerend immuunsysteem en het gaat verouderingsverschijnselen tegen.

Daarnaast is het goed voor mooi glanzend haar en nagels, bevordert het herstel van kraakbeen (en dus de gewrichten) en is het goed voor de vruchtbaarheid van de man.

Ook zijn mensen met de ziekte van parkinson gebaat bij cysteïne. Kortom een zeer interessant aminozuur voor wie zijn gezondheid wil of moet verbeteren.

4. Glycine: Dit is een aminozuur dat de weefsels helpt jeudgig te houden of maken. Net als vitamine C is het een belangrijke bouwstof van collageen, de bouwstof die de huid en andere weefsels, zoals de bloedvaten, stevigheid geeft.

Daarnaast heeft glycine een anti-oxidant werking, wat het extra interessant maakt voor mensen die een jeugdige verschijning willen houden. Belangrijker is nog wel dat glycine een beschermende werking tegen kanker heeft.

Verder is het goed voor de geestelijke gezondheid, van slaapproblemen tot schizofrenie en voor de lever, het hart en de hormoonhuishouding. In de juiste dosering is glycine een veilig middel.

5.Tyrosine: het aminozuur tyrosine houdt zich bezig met onze hormoonhuishouding en stofwisseling. Trypsine stimuleert namelijk de schildklier, maar ook de aanmaak van het “beloningshormoon” dopamine.

Daarmee is het een mogelijk zeer waardevol middel bij een depressie. Het vermindert stress en gevoelens van somberheid en teneergeslagenheid, wat het halen van (sport)prestaties in de weg kan zitten.